Artikelen zoeken

Timeline: Innovate Dementia


GPS-tracking en dementie: wanneer is dit gerechtvaardigd?

05 October 2016 | Harriët Verbeek, Iris Geerts, Liselore Snaphaan | Afgerond Toon project timeline

Dwalen, GPS-tracking devices, en ethiek

Dwalen is een potentieel levensbedreigend gevaar voor mensen die leven met dementie. Mensen die dwalen kunnen eventueel verdwalen, vallen of betrokken zijn bij ongevallen. Om gevaarlijke situaties te vermijden, kan toezichthoudende technologie zoals GPS-tracking devices helpen om dwalende mensen met dementie te vinden en veilig te houden. Echter kan het gebruik van GPS-tracking devices ethische dilemma’s, zoals privacy, vrijheid en veiligheid, met zich meebrengen. Dit heeft als gevolg dat GPS-tracking devices, hoe goed bedoeld ze ook zijn, mogelijk niet maximaal gebruikt kunnen worden. Eva Leemhuis, master student Health Care Management, onderzocht daarom wanneer GPS tracking devices een gerechtvaardigde inbreuk op de vrijheid en de privacy van een persoon met dementie zijn. Dit deed ze aan de hand van een literatuurstudie van 44 publicaties en interviews met mensen die leven met dementie en hun mantelzorgers (o.a. 3 deelnemers van Innovate Dementia), onderzoekers (o.a. Liselore Snaphaan), en specialisten.

Veiligheid, privacy, en autonomie

Resultaten van haar literatuurstudie laten zien dat privacy en autonomie belangrijke argumenten tegen het gebruik van GPS-tracking zijn. Verder laat de literatuur zien dat er 3 juridische overwegingen zijn die als handvat kunnen fungeren in het besluit over het wel of niet gebruik maken van GPS-tracking devices, namelijk 1). doelmatigheid: wordt het echt alleen gebruik voor de veiligheid van de persoon met dementie? 2). proportionaliteit: is het proportioneel dat wanneer iemand één keer verdwaalt is, hem of haar meteen een GPS-trackermee te geven? en 3). subsidiariteit: is dit de meest geschikte optie of zijn er andere opties? Deze onderwerpen kwamen vervolgens aan bod in de interviews. Hier kwam vooral naar voren dat personen met dementie meer vrijheid ervaren door het gebruik van GPS tracking en dat een goed werkende technologie als belangrijk ervaren werd. Dit leek belangrijker te zijn dan privacy en autonomie.

Individuele situatie

De conclusie van het onderzoek luidt dan ook dat het besluit rondom het gebruik van GPS-tracking devices genomen moet worden met oog op de persoon met dementie: wat zijn zijn of haar wensen, waarden en normen? Verder dient er in dit besluit rekening gehouden te worden met evenredigheid en het doel van de inzet van GPS-tracking devices. Omdat duidelijke regels en richtlijnen ontbreken, is een duidelijk kader met daarin afspraken over het gebruik van GPS-tracking devices bij thuiswonende mensen met dementie zeer gewenst.

Liselore snaphaanl 1.jpg

Wil je meer weten over dit project neem dan contact op met Liselore Snaphaan. Op de hoogte blijven van GGzEi? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.