Artikelen zoeken

Quantified Self kan bijdragen aan zelfbeeld

06 August 2017 | Joep Kolijn | Embryo Toon project timeline

Het registreren en benutten van gekwantificeerde persoonlijke gegevens, Quantified Self (QS), kan een bijdrage leveren aan het zelfbeeld van mensen. Dat blijkt uit het onderzoek van Mike van Rosmalen en Celine Moonen, die daarmee afstudeerden als verpleegkundige aan de Fontys Hogeschool. Onderdeel van de research was een praktijkproef met Fitbits: slimme polsbandjes voor registratie van hartslag, beweging en slaapritme. GGzE-zorgstagiaires experimenteerden met deze wearables.

De zorgstagiaires, negen in totaal, experimenteerden een week lang met de Fitbits. Door de activity-trackers te koppelen aan een smartphone konden ze allerlei grafieken inzien, bijvoorbeeld van het aantal uren slaap, de slaapkwaliteit, de hartslag en het bewegingspatroon. Uit de focusgroep-interviews bleek het effect van QS op het zelfbeeld uiteenlopend te zijn. Sommige stagiaires waren positief verrast dat ze meer liepen dan ze dachten. Andere studenten waren juist negatief verrast toen ze ontdekten minder te slapen dan verwacht. Na het inzien van de data via een smartphone gingen enkelen van hen over tot actie. Bijvoorbeeld door ’s avonds eerder naar bed te gaan.

Zelfverbetering

Van Rosmalen en Moonen gebruikten de Fitbit ook zelf tijdens het onderzoek. Net als de zorgstagiaires vinden zij dat de activity-trackers vooral kunnen bijdragen aan het zelfbeeld als er een duidelijk doel is: Zelfverbetering met behulp van data-analyse. De wearable kan iemand bijvoorbeeld ondersteunen bij looptraining door een herinnering te geven bij het bereiken van een (sub)doel. Daarnaast concludeerden de onderzoekers dat gebruikers rekening moeten houden met een risico op dataobsessie. Om stress te vermijden is het belangrijk om te weten waarom je QS gebruikt en wat je ermee bereiken wil.

Zelfredzaamheid

De onderzoekers, die het onderzoek uitvoerden in opdracht van het eLab, schatten in dat de slimme polsbandjes in de toekomst ook zelfredzaamheid kunnen bevorderen. Bijvoorbeeld door de activity-trackers te koppelen aan een digitaal signaleringsplan. De wearables zijn volgens het tweetal echter (nog) geen diagnostische tool in een behandelcontext, mede omdat de gegevens niet altijd even nauwkeurig zijn. Ook dat kan in de toekomst veranderen.

Experts

De Fitbits worden momenteel door verschillende disciplines van het ‘’Gezondheid Centrum’’ uitgeprobeerd. Waaronder (gespecialiseerd) verpleegkundigen, medewerkers van ‘’Sport & Beweging’’ en de projectleider ‘’Gezonde Leefstijl’’. Deze GGzE specialisten helpen cliënten om gezondheidsproblemen te verminderen en de kwaliteit van leven te verbeteren. Zo begeleiden en adviseren zij cliënten bij leefstijl, beweging en daaraan gekoppeld het zelfbeeld.

Het eLab en Van Rosmalen houden contact met de zorgprofessionals om te achterhalen hoe ze de wearables gebruiken en welke meerwaarde zij zien voor de zorg. Als het aan de onderzoekers ligt volgt daarna een proefperiode voor GGzE-medewerkers met een verzorgende of verplegende rol, zodat er straks voldoende experts zijn om cliënten te begeleiden bij het doelmatig gebruik van de wearables.

Multidisciplinair onderzoek

Van Rosmalen en Moonen bevelen aan om vervolgonderzoek naar QS multidisciplinair uit te voeren. De meerwaarde van het multidisciplinair werken blijkt volgens Moonen en Van Rosmalen uit hun eigen afstudeerproject, waarbij de een zorg droeg voor het visualiseren van data en de ander zich richtte op de mogelijkheden om deze data toe te passen. Bij multidisciplinair onderzoek denken de onderzoekers aan samenwerking tussen studenten met interesse in zorg en technologie van verschillende opleidingen.

Community voor mentale kracht

Via de Fitbit-app op de smartphone kun je nu al je eigen resultaten vergelijken met die van anderen. Je kunt elkaar toevoegen, zodat er een gebruikerscommunity ontstaat. Van Rosmalen weet uit eigen ervaring dat dit motiverend kan werken. Hij ging meer lopen nadat hij via de applicatie zag dat een eLab-collega grotere afstanden aflegde. Ook uit de literatuur blijkt dat QS mensen kan verbinden en een community-gevoel kan oproepen. Van Rosmalen en Moonen bevelen aan om nader te onderzoeken waaraan een QS-community vanuit GGzE zou moeten voldoen. Het gemeenschapsaspect is namelijk een speerpunt van GGzE, die een inspirerende community voor mentale kracht wil zijn.

auteur: Martijn van den Bouwhuijsen

joep .jpeg

Wil je meer weten over dit project neem dan contact op met -Joep Kolijn-. Op de hoogte blijven van GGzEi? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.